Blog Archives

Initiatief

klik!
 Over Anja

Papier, plastic, gft, glas en al het andere afval. Kilo’s produceren we, elke week. En wat moet je er dan mee. Dat we het kunnen scheiden dat weten we, maar doen we dat ook echt? Want wees nou eerlijk, het kost een hoop ruimte om alles goed te scheiden. Anja Cheriakova heeft hier de perfecte oplossing voor gevonden. Met haar bedrijf BinBang produceert ze afvalbakken waar het scheiden van je afval een eitje van wordt. En daarnaast zijn deze bakken ook nog eens geproduceerd van gerecyclede materialen.

Bin_Bang_def_logo_kleur“Ik zocht naar een duurzame manier om afval te scheiden. Als je in een winkel een afvalbak koopt, dan is deze bijna altijd slechts gericht op het restafval, terwijl er nog vele andere afvalstromen zijn. Het vernieuwende aan de BinBang is dat ie allerlei gebruiksfuncties heeft. Er zijn verschillende boxen die je op elkaar kunt zetten. Het is een modulair systeem en volledig in te richten naar eigen wensen. Als je bijvoorbeeld plastic, groente en fruit wilt scheiden dan kies je die boxen. Je stapelt ze op elkaar, waardoor de BinBang veel minder ruimte inneemt dan wanneer je je afval naast elkaar sorteert. We integreren ook nog allerlei technologische foefjes waardoor het echt heel makkelijk voor je wordt, zoals bijvoorbeeld een compressiesysteem voor plastic afval waarmee de lucht uit het afval wordt gehaald. Zo past er veel meer in de bak.”

“Veel mensen scheiden hun plastic afval niet omdat ze denken ‘ik wil niet dat er een grote zak in m’n keuken hangt.’ Het is niet praktisch en dan doen ze het niet. Maar 80% van het plastic afval is lucht. Voor het groente-, fruit- en tuinafval (gft) geldt ook weerstand. Dit wordt vaak niet gescheiden omdat mensen vinden dat het stinkt, dus willen ze het niet in huis. Dit is zonde, want het is heel waardevol afval” vindt Anja, “er zitten stoffen in die nog op verschillende manieren gebruikt kunnen worden. We zijn nog bezig met de ontwikkeling om iets aan de stank te doen, zodat mensen het alsnog willen gaan scheiden.”

“Ik hoop dat het recyclen iets van het dagelijks leven wordt.”

BinBang groeit en dankzij een succesvolle crowdfunding campagne wordt duidelijk dat er wel degelijk behoefte is aan deze speciale afvalbakken. Anja runt het bedrijf niet in haar eentje. Met z’n drieën zijn ze gestart. Gijs Langveld is vooral bezig met de afvalwereld bij gemeentes, wat ook een belangrijk doel is van BinBang, en richt zich daarnaast op de financiële kant. Pepijn Duijvestein is bezig met de technische ontwikkelingen. Samen zoeken ze naar een goede balans om BinBang op de markt te zetten maar ook duurzaam en sociaal te houden. “Je bent de hele tijd bezig met allemaal afwegingen, bijvoorbeeld als het gaat om de productie. We laten de bakken in Nederland maken, om de transport kosten laag te houden, maar ook de uitstoot van CO2 hiermee te verminderen, terwijl de productie zelf in China veel goedkoper zou zijn. We laten de bakken in een sociale werkplaats maken en ondersteunen hier de werkgelegenheid.”

bak-2“De Bin is de tool zelf, een mooie prullenbak om het allemaal in kwijt te kunnen. De Bang is veel meer op bewustwording en gedragsverandering gericht”, legt Anja uit. “Dat is ook nodig aangezien 80% van de mensen nog niet zo bewust met afval bezig is. Ik heb een achtergrond in de organisatiepsychologie en ben daardoor veel met gedragsverandering bezig, want hoe krijg je deze groep mee. Door middel van flashmobs, games en recycling challenges sporen we mensen aan om afval te scheiden, maar we zagen dat het niet genoeg is. Concrete tools, die net wat innovatiever zijn, zijn nodig om mensen echt aan te spreken. Zo kwam BinBang als concept naar voren, met als doelgroep de consument. De consument bereiken we onder andere via bedrijven en gemeentes en op hun beurt worden ook de bedrijven gemotiveerd om over hun eigen afvalscheiding na te denken.”

Anja’s droom is om de 50% die nog niet al zijn afval scheidt door middel van BinBang te motiveren dit wél te doen. “Ik wil dat ze denken: ‘het wordt mij nu zo makkelijk gemaakt en dit ziet er zó vet uit, laat ik wat gaan doen.’ En dat deze mensen hun kinderen ook betrekken hierbij”, zegt Anja trots. “We consumeren nou eenmaal en we hebben hierdoor heel veel afval in huis. Ik hoop dat het recyclen iets van het dagelijks leven wordt, dan kunnen we daarna wel weer gaan kijken hoe we kunnen zorgen dat mensen minder afval produceren.” Anja heeft nog een mooi vooruitzicht voor ons in petto: “In de toekomst wordt het zelfs voordelig om afval te scheiden, want ‘afval’ krijgt waarde omdat het de grondstof vormt voor iets anders. Dan kan er dus zelfs geld mee verdiend worden als je het goed scheidt.”

Ben jij al bezig met afval scheiden? Impact heb je zeker, en het kan dus nu ook in stijl met de Binbang!

door: Iris Drenth

Initiatief

klik!
 Over Selma

In Amsterdam rijdt een klein wit elektrisch autootje rond om kratten vol oud brood, incomplete groentepakketten en gebutst fruit te redden, om daar alsnog de heerlijkste gerechten van te maken. Selma Seddik zet als mede-oprichter van Restaurant Instock samen met haar partners en Albert Heijn haar schouders onder voedselverspilling. Met groot succes want ze redden 2000 kilo per week! Omdat het een verrassing is wat er opgehaald wordt uit de winkels, is het afwachten voor de chef met welke producten hij die dag het menu kan samenstellen. “Ik heb hier nog nooit twee keer hetzelfde gegeten. Je kunt zoveel variëren met de producten die wij krijgen.”

logo instock Selma begon na haar studie als management trainee bij Ahold. “Na een jaar op het hoofdkantoor werd ik in mijn tweede jaar supermarktmanager van Albert Heijn Koningsplein. Hartje Amsterdam, een superdrukke winkel waar ik heel veel heb geleerd van de operatie. Ik was altijd al best kritisch over het eten wat niet verkocht kon worden. Klanten kiezen de beste producten, waardoor de minder mooie blijven liggen. Er wordt op dit moment biogas gemaakt van het eten dat blijft liggen, maar ook dat vond ik zonde van het eten. In die tijd deed ik mee aan de de Youth Food Movement-Academy (YFM, jongerenorganisatie van Slow Food), waar ik meer leerde over het voedselsysteem. Met drie andere collega’s kwamen we op het idee: ‘Goh, kunnen we niets doen met het brood en de groenten die we elke dag weer terugsturen?’”

“Toen kwamen we op het idee om er soep en sap van te maken. Door te gaan praten met mensen in de voedselindustrie en binnen Albert Heijn kwamen we erachter dat er nog meer food-waste is, zoals bijvoorbeeld vlees! Dus we bedachten het plan voor een restaurant om voedselverspilling tegen te gaan.”

Het plan dienden ze in als ‘Het beste idee van Young Ahold’, een competitie die jaarlijks wordt gehouden. Samen met Bart, Merel en Freke won ze. Daarmee kregen ze de kans om Instock daadwerkelijk uit te voeren. “We zijn in het Amsterdamse Westerpark begonnen met een pop-up restaurant gedurende vijf maanden om te kijken of het überhaupt zou lukken, of mensen het lekker zouden vinden en of het ophalen van voorraden bij de supermarkten goed zou gaan. Door het enthousiasme van onze gasten en alle aandacht in de media besloten we te zoeken naar een vaste plek. Sinds midden juni zijn we verhuisd naar de Czaar Peterstraat in Amsterdam Oost. Begin dit jaar zijn we ook een Instock Toko begonnen in de Amsterdamse Pijp, waar je afhaalmaaltijden kunt halen die we in de restaurantkeuken bereiden. Het is een gezonder en een vers alternatief op het aanbod in die buurt.”

“Als je weet waar eten vandaan komt, ga je er beter mee om en gooi je minder weg.”

Met het witte autootje halen ze bij zeven winkels ’s ochtends de producten. “Voor vlees hebben we afgesproken dat we het vlees, dat vanwege te hoge prognoses nog voldoende voorradig is in het distributiecentrum en daardoor zou blijven liggen, vers op kunnen halen. Denk bijvoorbeeld aan barbecue pakketten die over blijven als het een week opeens slechter weer is dan verwacht. Hierdoor kunnen wij soms vlees serveren. Verder werken we samen met het distributiecentrum, waar tijdens het verzamelen (order picken) nog wel eens wat omvalt of beschadigd raakt, zoals bijvoorbeeld pakken suiker of frisdranken. Wij kunnen dit soort producten overnemen, omdat ze niet meer als compleet te leveren zijn aan de winkels. De producten die we niet via het waste-systeem kunnen krijgen kopen we in, zoals boter en olie, thee en koffie. Deze producten hebben we nu eenmaal nodig om de gerechten op tafel te krijgen, of om bepaalde kwaliteit te waarborgen”

“De warenwet wordt veelal bepaald in Brussel. Als ondernemer loop je tegen allerlei regels aan waarover wij graag de dialoog aan willen gaan om voedselverspilling nog beter te kunnen aanpakken. Een voorbeeld is kaas, daar zit een tenminste houdbaar tot-datum op. De horeca mag niks serveren dat voorbij de tht-datum is. Dat doen wij dus ook niet. Terwijl als er een ‘beste kwaliteit tot-datum op zou staan, een klein verschil, dan zouden we het wel mogen gebruiken. Dan kun je er in ieder geval nog iets mee doen. Voedselveiligheid staat voorop. Het eten is nog nooit zo gecontroleerd en veilig geweest als nu, dus dat is al bereikt.”

“Als we echt iets tegen voedselverspilling willen doen, moeten we meer volume kunnen omzetten in goed eten. Dat betekent dat je ook gaat nadenken over andere mogelijkheden, bijvoorbeeld het maken van soep, jam of chutney. Door verschillende houdbaarheidstechnieken toe te passen, kunnen we meer verse producten omzetten in producten die in de winkel weer verkoopbaar zijn. We zijn nu druk bezig met het maken van chutney, curd en rellish. Die producten gebruiken we dan ook weer in onze keuken.”

“Er zijn in de aanloopfase veel mensen geweest die hebben gezegd dat het niet zou lukken. Zaken als voedselveiligheid zouden een issue zijn. Maar als je de wet erop nakijkt, blijkt er veel voedsel weggegooid te wordt dat nog prima te gebruiken is! Ook logistiek was het een uitdaging, elke dag vers eten ophalen bij winkels. Je moet er wel op vertrouwen dat het gaat lukken, en het doorzettingsvermogen hebben om die kritieken te tackelen.”

Bij Restaurant Instock kun je niet alleen terecht voor duurzaam en verantwoord eten, ze organiseren ook events en workshops.

door: Kyra van Hoof

Initiatief

klik!
 Over Lawrence

Nog maar 25 is hij, de voorzitter van Jongeren Milieu Actief (JMA), Lawrence Cheuk. JMA zet zich actief in voor een duurzame en rechtvaardige wereld met aanvoerder Lawrence voorop. “We willen de jongeren bewust maken hoe zij zelf de wereld kunnen beïnvloeden.” Dat klinkt goed Lawrence, wij jongeren hebben de macht om het verschil te maken!

JMA-logo “We willen als JMA, de jongerenafdeling van Milieudefensie, milieuzaken tastbaar maken en bewustzijn creëren op ludieke wijze.”, vertelt Lawrence. “Soms zetten we partijen onder druk, maar we willen liever met mensen en bedrijven in gesprek en ze betrekken bij milieuzaken, om ze er op attent te maken dat het ook anders kan. Hiervoor doen we campagnes, acties en projecten zoals educatieprogramma’s.” Op deze manier probeert JMA jongeren tussen de 12 en 28 jaar te bereiken en te informeren over het milieu, het klimaat en de beleidsvoering die daarbij komt kijken.

Lawrence’ passie is om een bijdrage te leveren aan een betere wereld, maar dat hij nu bij JMA terecht is gekomen is puur toeval. “Ik heb gekeken naar verschillende grote partijen waar ik mijn opvattingen in kwijt kon, dit ging van de VN tot Greenpeace. Ik heb gekozen voor wat ikzelf het belangrijkste vind, namelijk het milieu.” Toen er een functie vrijkwam bij JMA heeft hij hier meteen op gesolliciteerd en in 2013 begon hij bij de afdeling Educatie. “Een goede plek om te starten, omdat ik nog niet bekend was met de milieuwereld, maar wel met onderwijs. Van daaruit ben ik binnengerold. Toen de toenmalige voorzitter werd verkozen tot Provinciale Staten-lid, werd ik door het bestuur naar voren geschoven om het stokje over te nemen.”

“Ik heb gekozen voor wat ikzelf het belangrijkste vind: het milieu.”

Omdat hij het zelf erg goed heeft, wil hij actief bijdragen aan een betere wereld. Zijn ouders komen uit het welvarende Hongkong, waardoor Lawrence veel kansen heeft gehad. “Ik vind dat ik deze kansen zoveel mogelijk moet benutten en niet alleen maar moet feesten tijdens mijn studie. Maar daarnaast is het ook gewoon nodig. vooral vanwege mijn etnische achtergrond: er zijn niet veel mensen met een etnische achtergrond die actief betrokken zijn bij het milieu. Daar erger ik me rot aan, hierdoor wilde ik zelf iets doen.” Hij probeert deze groep te bereiken omdat hij het belangrijk vindt dat ze iets gaan doen. “Ik probeer dit niet door evangelisch te zijn en ze over te halen, maar via mijn acties en dingen die ik post. Ik krijg wel leuke reacties en zie interesse, maar ik zie het resultaat nog niet helemaal terug in handelingen. Dus ik zoek er nog naar hoe ik ze beter kan triggeren, zonder dat ik het opleg.”

Zijn favoriete JMA actie van de laatste tijd was de Underwear Run, waarbij ze met een groep jongeren in biologisch ondergoed door Amsterdam renden. “Dit was niet alleen een succesvolle actie omdat we het nieuws haalden, maar ook omdat we heel veel mensen bij elkaar brachten die niet direct bezig waren met het milieu of met duurzaamheid. We hebben ze door deze actie op een ludieke manier kunnen informeren, dat vind ik erg belangrijk.”

Lawrence is als voorzitter erg enthousiast. “Het is heel leuk! Je bent het aanspreekpunt en met strategie bezig. We zijn ook druk met het herzien van onze visie en missie. Daar heb ik me nog niet eerder mee bezig gehouden, dus ik leer heel veel.”

door: Iris Drenth

Initiatief

klik!
Over Enny en Ilse

Bij senioren denk je al snel aan geraniums, breien of bingo, maar Enny van Arkel en Ilse Nieuwland denken daar anders over. Zij zien mensen die zich willen ontwikkelen en nog midden in het leven staan. Met Stichting Oud Geleerd, Jong Gedaan willen ze ouderen helpen bij hun ontwikkeling en daarnaast laten ze tegelijkertijd aan jonge mensen zien hoe boeiend deze doelgroep is. “Niet alleen de ouderen leren van de studenten, maar ook de jongeren leren wat van de ouderen” vinden zij.

logo OGJG 150x150

Het doel van Enny en Ilse: Twee compleet andere generaties met elkaar in contact brengen. Met Stichting Oud Geleerd Jong Gedaan, die ze iets meer dan een jaar geleden oprichtten, doen ze dit op een heel speciale manier. Studenten of net afgestudeerden geven colleges in verzorgingstehuizen of buurtcentra aan ouderen. Niet alleen de ouderen voelen zich weer serieus genomen, maar de jongeren krijgen het gevoel dat ze iets kunnen terug doen. Ilse: ”Tijdens onze studie hebben wij het beide als een gemis ervaren dat we niet meer met onze poten in de modder hebben gestaan en ervaring hebben opgedaan. Dus geven wij studenten nu de kans om ervaring op te doen in de ouderenzorg.”

Maar hoe kom je nou op zo’n idee? Bij toeval kreeg Enny tijdens haar studie een bijbaan in verzorgingshuis Vondelstede. “Ik had nooit verwacht dat ik iets zou hebben met deze doelgroep specifiek, maar ik werd gegrepen door de kwetsbaarheid en de mooie verhalen.” Tijdens deze bijbaan kwam ze erachter dat maar weinig van de activiteiten ook aansluit bij de ouderen. Ze begon met het organiseren van lezingen. Dit sloeg erg goed aan. Ilse kwam als vrijwilliger en later als afdelingsassistent in hetzelfde verzorgingshuis werken.

Het viel op dat er weinig hoogopgeleide jongeren werkzaam zijn in de ouderenzorg. “Deze twee groepen komen elkaar doorgaans niet tegen”, vertelt Enny. “We kregen vaak de vraag ‘Wat doen jullie in de ouderenzorg? Dat is vast tijdelijk.’ Jongeren kunnen zich niet voorstellen dat je dit vanuit een passie kan doen.” “We willen de drempel verlagen”, vertelt Ilse. “We willen jongeren laten zien hoe tof het eigenlijk is.” Daarnaast zagen ze dat er weinig uitdagende activiteiten waren voor ouderen. “De stereotypering is dat alle ouderen houden van bingo en handwerken.”

Niet alleen in de tehuizen worden de colleges gegeven, maar ook in buurtcentra of in de toekomst in bibliotheken. Een steeds grotere groep ouderen blijft langer thuis wonen en heeft daardoor weinig contact met andere mensen, daarom proberen Enny en Ilse deze groep naar de buurtcentra te halen.

De tehuizen of buurtcentra kunnen kiezen uit 5 hoofdonderwerpen: filosofie, geschiedenis, kunstgeschiedenis, psychologie of taalontwikkeling. Bij het onderwerp wordt een studentdocent gezocht die gespecialiseerd is in dat onderwerp en hij of zij mag vervolgens zelf invulling geven aan de colleges. “We noemen het colleges, maar het zijn eerder een soort werkgroepen”, vertelt Ilse. “ Het zijn kleine groepen van maximaal 15 deelnemers en de colleges zijn erg interactief, er worden veel vragen gesteld om de ouderen er zoveel mogelijk bij te betrekken.”

“We willen jongeren laten zien hoe tof het eigenlijk is.”

In principe kunnen alle ouderen de colleges volgen. De enige eis die ze stellen is dat ze het in het hier en nu kunnen volgen. Er is nogal een verschil is tussen de geestelijke en lichamelijk gesteldheid van de senioren. “De studenten komen vier keer een uur voor dezelfde groep te staan, maar als je een groep met demente ouderen voor je hebt, is het niet handig om opdrachten voor de volgende bijeenkomst te geven of vragen te stellen over wat er de vorige keer behandeld is”, vertelt Enny. “Dit kan tot vervelende situaties leiden, daarom krijgen de studenten vooraf een training hoe ze het beste met de verschillende groepen om kunnen gaan.”

Ilse en Enny zijn nog lang niet klaar met Stichting Oud Geleerd Jong Gedaan. “We zijn benaderd door de Turkse Ouderenraad om ook colleges te organiseren voor Turkse ouderen in het Turks.” vertelt Ilse “Deze senioren blijven vaak lang thuis wonen en als ze naar een tehuis gaan sluiten de activiteiten niet aan omdat ze de taal niet altijd machtig zijn. Enny vult aan: ”Ja, er zijn veel studenten met een Turkse culturele achtergrond die midden in de maatschappij staan en door middel van de colleges de ouderen hierbij kunnen betrekken.”

Ilse: “Het is een heel bijzondere doelgroep, waar helaas weinig jongeren bij betrokken zijn. Dat is een van de basisbeginselen waarom we deze stichting hebben opgezet.” De groep ouderen groeit en de behoeften van de ouderen van nu is ook anders dan vroeger. Er is dus nog veel te doen voor de Stichting Oud Geleerd Jong Gedaan en het zal nog wel even duren voor Enny en Ilse zelf achter de geraniums zitten.

Wist je dat niet alleen studenten colleges kunnen geven voor Stichting Oud Geleerd Jong Gedaan? Tot 3 jaar na het behalen van je diploma ben je van harte welkom om je aan te melden via info@ogjg.nl of neem een kijkje op de website www.oudgeleerdjonggedaan.nl!

door: Iris Drenth

Initiatief

klik!
Over Joël

Een droom hebben we allemaal! (Toch!? Hopelijk…) Die van Joël van den Broek (23 jaar): over 10 jaar een volledig zelfvoorzienende gemeenschap te starten in Zweden! Van aquaponics systemen bouwen, tot aan kids leren waar hun voedsel eigenlijk vandaan komt en duurzaam ondernemen: Joël is een alleskunner. “Er heerst een bepaald beeld over het MBO: ‘Wil je wat bereiken? Dan moet je minstens HBO gedaan hebben.’ Ik wil laten zien dat het zonder HBO ook kan, ik durf daarvoor te gaan.” Het tijdens zijn studie opgerichte bedrijf Grow Fresh en zijn experimenten met duurzaamheid in huis en tuin, vormen een mooie basis voor het realiseren van die droom.

logo growfresh
We zijn virtueel in het hartje van Friesland, in het knusse dorp Grou. Joël vertelt: “Voor een opdracht van school moesten we fictief een bedrijf starten. Ons groepje wist al snel: wij willen mensen een handvat bieden voor een duurzamere omgeving met iets simpels. In drie uur brainstormen kwam van alles langs. Ik was al een tijdje bezig met experimenteren met aquaponics, het kweken van (eetbare) vis en (eetbare) planten tegelijk. We kwamen op een klein systeem voor thuis of restaurants: tuinkruiden, met goudvis eronder.” Die dag wonnen ze de prijs voor het beste idee en virtuele bedrijf. En zo begon Grow Fresh!

“Het MBO zou echt positiever neergezet moeten worden.”

Joël laat het starten van een bedrijf niet eens zo moeilijk klinken. “Gewoon, iemand die kan tekenen op een computer, iemand die goed is met dieren en iemand die goed is met het financiële gedeelte. Uiteindelijk waren we met drie mannen en twee vrouwen. Na een extra vrouw voor balans was het team compleet. We vulden elkaar goed aan, in het begin liep het soepel. We onderzochten hoe klein we het product konden maken, gingen tekenen en vervolgens ook bouwen.”

Grow Fresh won verschillende prijzen en pitchte op verschillende evenementen. “Het was leuk om met zoveel verschillende mensen in contact te komen, waar ik normaal niet snel mee in contact zou komen. Bijvoorbeeld een keukenspecialist over het inbouwen van een aquaponics-systeem, maar ook Fawaka Nederland op de duurzame beurs De Groene Ronde.”

aquaponics testopstellingHet succes bracht ook een keerzijde. “Via de prijzen en de eerste verkochte systemen kwam wat geld binnen. We hebben het met het bedrijf verdiend en dus blijft het binnen bedrijf, vond ik. Anderen wilden er liever een zakcentje aan verdienen. Meerdere kapiteins, één schip. Uiteindelijk gingen we uit elkaar, en helaas niet meer allemaal als vrienden. Dat deed me echt wel wat. Mijn les hieruit? Dat ik daar wat vrijer in mag denken. Ik hoef het niet overal mee eens te zijn.”

Momenteel test Grow Fresh aquaponics-systemen in de kas op het Nordwin College in Leeuwarden en onderzoekt Joël een moestuin arrangement voor mensen met een lichamelijke en/of geestelijke beperking, waarbij de oogst naar de voedselbank gaat. “Ik zie wel wat de toekomst brengt. In de tussentijd ben ik thuis ook bezig met allerlei duurzame projectjes: composteren, paddenstoelen kweken, mijn eigen moestuin. Het doel is er een heel jaar van te kunnen eten. Ik wilde ook op water besparen. Dat lukte goed met mulchen en een dakgoot van afvalmaterialen die ik probeerde zo goedkoop en duurzaam mogelijk te bouwen. Ik ben tenslotte nog student. Dat is voor maar 10 euro gelukt! Ik heb nog geen water uit de kraan nodig gehad”, glimlacht hij.

Joël rondt tegelijkertijd ook zijn studie Zorg en Leefomgeving in Leeuwarden af. “Er heerst een bepaald beeld over het MBO. ‘Wil je wat bereiken? Dan moet je minstens HBO gedaan hebben.’ Het gekke is dat ik er zelf ook last van heb. En ik zie het ook bij medestudenten. Ik wil laten zien dat het zonder HBO ook kan. Ik durf daarvoor te gaan.”

“Een keer had ik met iemand een discussie over aquaponics en vertelde over Grow Fresh. Ze vroeg waar ik studeerde en ik vertelde dat ik een MBO-opleiding deed. Ze reageerde heel verbaasd. “Okee… okee…”, en daarna liep ze eigenlijk gewoon weg. Ik had iets van: “Huh, wat is dit nou?”

“Mensen zouden echt positiever naar het MBO moeten kijken. De lijnen zijn bijvoorbeeld heel kort tussen leraar en student op het MBO. Docenten denken echt met je mee en zijn fanatiek. Studenten uit het MBO moeten ook meer naar de voorgrond gebracht worden. Of eigenlijk ongeacht wat je achtergrond is, geen diploma maakt ook niet uit. Het gaat om wat je doet.”

Joël sluit af met een boodschap voor zijn medestudenten: “Wat je ook doet, stop niet met je studie, maar maak het af. Na je studie kan je verder: ondernemen, voor een baas werken, of verder studeren. Met het leenstelsel wordt het allemaal steeds duurder. Wees het voor.”

NIEUWS: Fawaka Nederland is bezig met het opzetten van een coachingstraject en begint met Joël en Grow Fresh te ondersteunen!

door: Thiëmo Heilbron

Initiatief

klik!
Over Tirza

Op het moment van het interview heeft Tirza Snoijl (29) net de beoordeling van haar masterscriptie terug. “Net niet cum laude…”. Het is een smetje op een indrukwekkend achtergrondverhaal en een ambitieuze toekomstvisie. De jury van de ECHO AWARD WO 2015 omschrijft haar als maatschappelijk betrokken, gecombineerd met excellente studieresultaten en het moederschap. “Ze wist de jury te overtuigen met het overwinnen van haar persoonlijke worstelingen en haar heldere toekomstvisie op diversiteit in het hoger onderwijs en haar eigen rol daarin.” aldus het juryrapport. Maar ze vertelt zelf liever haar verhaal.

logo echoHaar onderzoek bij het Leger Des Heils naar raciale ongelijkheid binnen de daklozenopvang ligt op dit moment bij de Gemeente Amsterdam met een 8,1 als eindgemiddelde heeft ze haar master Internationale Migratie & Sociale Cohesie afgerond waarvoor ze een periode in Ierland en Spanje heeft gestudeerd. Met haar dochter op de arm, een flinke dosis doorzettingsvermogen en een ijzersterke wil gaat deze dame de academische wereld veroveren.

“Je moet altijd beter willen zijn”

“Ik heb gekozen om de specialisatie ‘Ras & Ongelijkheid’ te doen, waarvoor ik een jaar naar Ierland moest, of all places. Ierland lijkt op voorhand geen grote immigratiegeschiedenis te hebben zoals we dat in Nederland kennen en heeft meer te maken gehad met emigratie in de geschiedenis. In Nederland wordt gedacht in termen als integratie maar minder in raciale ongelijkheid, pas de laatste paar jaar is het racisme hier meer onder de aandacht gekomen. Ik werkte in de daklozenopvang en heb toen de koppeling gelegd tussen dakloosheid en etnische uitsluiting voor mijn scriptie.”

“Als tiener was ik mij er heel erg bewust van dat alle statistieken tegen je staan. Ik wilde geen statistiek zijn en ben daar heel bewust mee omgegaan. Ik heb me er tegen verzet. Misschien is dat ook wel mijn karakter. Het geeft ook wel een soort push. Het is frustrerend om met een bepaald referentiekader te maken te hebben. Tegelijkertijd is het een motivatie om harder aan dingen te trekken. Het is niet voldoende om gewoon goed te zijn, daarom frustreert het om niet cum laude afgestudeerd te zijn. Je moet altijd beter willen zijn.”

“Via de Universiteit van Amsterdam (UvA) doe ik onderzoeksstage naar etnische diversiteit binnen de faculteit Sociale Wetenschappen van de universiteit. De eerste uitkomsten zijn dat de UvA divers lijkt omdat er veel internationale studenten rondlopen maar er is geen focus op diversiteit van de Nederlandse studenten. Men voelt het probleem wel aan, er zijn ook stemmen die verandering vragen maar het heeft vaak niet de financiële prioriteit. Je moet het nut en de noodzaak van dergelijk beleid kunnen bewijzen en dat is lastig.”

Voor de toekomst heeft ze heldere ambitie: “Als ik later groot ben wil ik graag professor worden. Afgelopen zomer heb ik Black Europe Summer School gedaan en zat toen voor het eerst in een zaal met alleen maar donkere professoren, assistent-professoren en PhD’s (doctor –red.). Toen besefte ik dat ik nog nooit les heb gehad van een zwarte vrouw. En daar ging echt een wereld voor mij open, ik had dat nog nooit als een mogelijkheid voor mijzelf gezien. Om mijn PhD te halen ben ik op zoek naar een promotor en financiering. Dus ik ga weer beginnen met beurzen aanvragen en voorstellen schrijven. Daarnaast hoop ik ooit nog een post-doctoraal te doen in Amerika of het buitenland. En dan hoop ik uiteindelijk als professor aan de slag te kunnen!”

Daarnaast heeft ze ook een idee over haar toekomst als ECHO Ambassadeur: “Ik heb ervaren hoe het is om overal je informatie vandaan te moeten halen betreft studeren in het buitenland bijvoorbeeld, en soms er dan achter komen dat informatie niet klopt en dan toch de juiste mensen of middelen aan te spreken om aan je informatie te komen. Dat kan volgens mij makkelijker. Ik ben met ECHO in gesprek hoe ik dat meer vorm kan geven als netwerk of informatiepunt. De informatie beschikbaar stellen en delen zodat anderen niet het wiel hoeven uit te vinden.”

door: Kyra van Hoof

Initiatief

klik!
Over Ebru

 
 

Kiza Magendane (22 jaar) wil verbinding creëren tussen groepen met verschillende culturele achtergronden in Nederland. “Ik wil met nieuwe ideeën de samenleving prikkelen om na te denken over vraagstukken die ons allemaal aangaan. Zo kun je een ander perspectief bieden en inspireren tot verandering.” Hoe draagt deze aanstormende opiniemaker bij aan dat we nog lange tijd met elkaar voort kunnen?

indexWe ontmoeten Kiza in de bibliotheek en kijken even uit het raam naar de drukte op de gracht. “In mijn omgeving zie ik mensen die geïsoleerd zijn; die geen binding hebben met de samenleving. Mensen moeten met elkaar praten, elkaar leren kennen, anders ontstaan vooroordelen en een “wij-zij”-verhouding. Het leggen verbinding kan die vooroordelen wegnemen. Zo investeren we in een duurzame toekomst.” Met zijn organisatie Kizason Connect laat hij mensen met elkaar in aanraking komen waarbij dat anders misschien niet snel zou gebeuren, virtueel en fysiek.

“Het leggen van verbinding kan vooroordelen wegnemen. Zo investeren we in een duurzame toekomst.”

Zo organiseert Kiza diners waar hij verschillende mensen voor uitnodigt. “Ik organiseer bijvoorbeeld het ‘Afropolitan Diner’ waarbij ik een kleine groep mensen bij elkaar breng die dan samen eten en inhoudelijke discussies voeren. Ik nodig op zo’n avond ook een prominente speciale gast uit waarmee we dan een gesprek voeren.”

Kiza verspreidt zijn boodschap van verbinding via diverse media, onder meer als blogger voor de Volkskrant, Oneworld en Voorbeeld-allochtoon. Zo schreef hij voor de Afrikablog van de Volkskrant een artikel over de vijf meest invloedrijke Afrikaanse jongeren in Nederland. “Ik merkte dat Afrikaanse jongeren in Nederland op de achtergrond vallen terwijl er veel potentie bestaat binnen die groep.”

“Een van die jongens is een tasontwerper. Iemand die echt met z’n handen bezig is en op die manier een succesvolle tassenmaker is geworden.” Volgens Kiza kan zo’n succesverhaal als inspiratiebron dienen voor jongeren die “denken dat de MBO er niet toe doet, dat vakmanschap niet belangrijk is. Het tegendeel is namelijk waar, handvaardigheid of ambacht zijn juist heel belangrijk voor de toekomst.”

Kiza’s advies als het op het bereiken van je persoonlijke doelen aankomt? “Weet wat je wil en omgeef jezelf met mensen die je stimuleren, mensen die jou positieve prikkels geven bij het bereiken van je doel en sta open voor kansen.”

De initiatieven van Kiza zijn een goed voorbeeld van het streven naar sociale duurzaamheid. Wat doe jij om bij te dragen aan een sociaal duurzame leefomgeving?

door: Bogdan Koetsier

Initiatief

klik!
Over Ebru

 
 

Van ’MVO’ wat betekent dat? naar mede-oprichter van de Duurzame Jonge 100, en nu succesvol sociaal ondernemer met als doel duurzaamheid mainstream te maken. Talitha Muusse (23 jaar) ontwikkelde zich razendsnel. “Ondernemerschap, ook al is het op winst gericht, hoeft niet te bijten met duurzaamheid”. Vinden wij ook Talitha!

ThePunchyPack1-150x150 Gelukkig weet Talitha Muusse na een lange werkdag nog tijd voor een kopje koffie met ons te vinden. Ze ploft neer op het bankje in de Bijenkorf. “Hierna nog een laatste afspraak”, glimlacht ze.

“Ik had met andere jonge dames in duurzaamheid een keer een gesprek over dat er zo weinig jongeren op duurzaamheidsevents waren. En na het uitkomen van de Duurzame 100 voerde Anne Walraven een intensieve discussie op Twitter waarna ze besloot: “tijd voor een jongerenlijst!”. Vervolgens zijn we een team gevormd en maakten we een lijst van duurzame jongeren op onze telefoon. Daarna ging alles erg snel”, vertelt Talitha, “er kwam een projectplan van twee A4’tjes en een goed communicatieplan en binnen vier maanden hadden we de Duurzame Jonge 100 lijst online. Op Twitter werd DJ100 een trending topic en veel jonge mensen haakten aan. Dat was heel vet! Veel mensen kenden al die jonge gezichten niet. We hadden echt iets moois neergezet!”


“De uitdaging is duurzaamheid bekendheid te geven bij jongeren die er niet snel mee in aanraking komen.”

“De uitdaging is om het thema duurzaamheid bekendheid te geven onder de jongeren die er niet zo snel mee in aanraking komen. Je ziet dat er vaak een bepaalde ‘duurzaamheidstaal’ wordt gesproken, die jongeren soms niet goed spreken. Wij stemden ons woordgebruik af op een jonger publiek en brachten het wat spannender en frisser, zo spraken we een grote groep jongeren aan.” Talitha is even stil en denkt na. Dan zegt ze: “Maar helaas zag je ook bij ons dat het exclusief was: er stonden met name hoogopgeleide mensen op, veelal man, en er was weinig culturele diversiteit. Het was jammer dat we ondanks dat we wel op die dingen gelet hebben, het niet terug kwam in de lijst.”

Maar hoe begon Talitha zelf met duurzaamheid? Ze vertelt: “Vijf jaar geleden kwam ik via een stage bestuurskunde bij MVO Nederland terecht. Ik had geen idee wat Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) betekende.” Tijdens haar stage ging ze bij veel ondernemers op bezoek die met MVO bezig zijn. “Het werd voor mij duidelijk dat niet alleen burgers een rol hebben in het aanpakken van milieuvraagstukken, maar bedrijven ook. Ondernemen en met duurzaamheid bezig zijn hoeft elkaar niet uit te sluiten, dit kan juist motiverend werken. Duurzaamheid gaat voor mij ook over kwaliteit, je wil iets afleveren waarmee de klant tevreden is en waar je trots op kan zijn. Werken mag lonen. Het kan juist een motivatie zijn om sneller en efficiënter te werken. Maar ik wil ook iets doen wat positieve impact heeft op mensen. Daarom is het niet gek dat ik nu als sociaal ondernemer bezig ben”, besluit ze. Tegenwoordig is Talitha mede-eigenaar van de sociale onderneming the Punchy Pack, check voor meer info de site!

Ook klaar om te ondernemen en impact te hebben? Wat zou jij doelstelling zijn, praat eens met vrienden hierover!

door: Thiëmo Heilbron

Initiatief

klik!
Over Ebru

 

De initiatieven waarbij Ebru Aydin (23 jaar) bij betrokken is, zijn niet op één hand te tellen. Van coach voor VMBO scholieren bij studiekeuze, peer educator voor jongeren over verantwoord met geld omgaan tot vrijwilliger bij het Rode Kruis. Er is wel een rode draad, zo blijkt ook weer uit een van haar laatste initiatieven Utrecht Leadership Academy. Hierbij worden jongeren geïnspireerd het beste uit henzelf te halen. Hoe haalt ze haar voldoening uit waarde voor anderen maken?

ulaOp de vraag met welke projecten ze nog meer bezig is, pakt Ebru haar warme kopje thee in de handen en denkt na. “Ik werk 2 dagen bij Media bedrijf, waar ik mediacoach ben. Ik geef voorlichting en coaching aan allochtone ouders over media-opvoeding en mediawijsheid. Ook ontwikkel en geef ik workshops voor kinderen over de media. Ik werk als fotograaf met particuliere klanten, maar ook maatschappelijke zoals het Rode Kruis. Ik ben peer-educator, bij Diversion en Stichting Wolf. Verder organiseer ik activiteiten bij Giving Back Utrecht, een stichting die zich richt op persoonlijke ontwikkeling bij jongeren en tot slot ben ik voorzitter van Utrecht Leadership Academy. O ja, en ik heb net het project You’re the vmBOSS afgesloten. VMBO scholieren kregen een gastles van een rolmodel en met z’n allen gaan we aan de gang met vragen als: wie ben ik? Wat kan ik? Wat wil ik?

Hoe ze de tijd vindt? “Ik ben inderdaad de hele dag in de weer. Ik doe dingen waarin ik mezelf ontwikkel, ik doe dingen die ik echt leuk vind, en ik verdien natuurlijk ook in de tussentijd geld. Geld is niet het enige middel om ergens waardering voor te krijgen. Ik heb een bepaald bedrag per maand nodig, maar verder heb ik vrijheid. Ik vind mezelf ontwikkelen het belangrijkste.”


“Geld is niet het enige middel om ergens waardering voor te krijgen.”

Idee van vier meiden
“Tijdens een Masterclass over talent en leiderschap, kon je 500 euro per groepje verdienen om in te zetten voor een initiatief. Wij, een groepje van vier meiden, zagen op allerlei plaatsen veel mensen die goed bezig waren, maar niet werden gezien. Die mensen wilden we een podium geven. We besloten een inspiratie avond in Utrecht te organiseren. Dat was het begin van Utrecht Leadership Academy”

“Op onze events, Light UP, delen inspirerende mensen hun persoonlijke verhaal met jongeren. Onze laatste event was geweldig! Ik werd enthousiast van alle positieve reacties. We moesten om 22u het gebouw uit, maar iedereen wilde nog blijven praten. De drie sprekers bleven in de regen kletsen met de jongeren. Ze gingen met hen op de foto. Ik zag de interactie en ik dacht: “Yes, het is gelukt!”: ze waren geïnspireerd geraakt.”

De moeite waard
“Het was echt geweldig leuk om te doen. We hadden iets moois neergezet! Ervoor kende niemand ons. Maar ja, toen was het klaar. Ik dacht: ‘We moeten hier meer mee doen!’, en ben naar de gemeente gegaan voor steun. Dat was lastig, maar na een half jaar proberen kwam er een nieuwe contactpersoon en toen hadden we wel succes! We hebben toen budget gekregen en alles geregeld voor het volgende event. Komende november gaan we weer!”

“Het kan ook vermoeiend zijn hoor, elke keer opnieuw zoveel regelen. Mensen waar je van afhankelijk bent reageren soms heel laat of niet, dan vraag je je af of je moet blijven proberen of iemand anders moet proberen. Hoe ver wil je gaan? Maar je moet ook aan de tijd blijven denken. Planning is lastig. Het blijft spannend of alles wel goed gaat komen. Komt je spreker überhaupt wel enzo. Ach, het is de moeite waard.”, besluit ze.

Met stralende ogen dromen
Haar droom is op gegeven moment een groots event, een zaal vol met inspirerende mensen met een groot publiek van talentvolle jongeren. Haar ogen stralen. “Ik zie het al helemaal voor me.” Ze gaat door, “maar ik zie ook de meerwaarde van kleinschaligheid. Hoe groter betekent vaak hoe minder persoonlijk, dan is het bijvoorbeeld moeilijker om vragen stellen. Ach, beiden hebben voordelen.”

Ben jij ook een actieve duizendpoot? Hoe doe je het?

door: Thiëmo Heilbron

Initiatief

klik!
Over Ebru

 
 

David Klingen (29 jaar) is van alle markten thuis. Fairtrade 2.0, heerlijke eerlijke producten, supermarktketens… In het duurzaamheidswereldje gerold, en nu helemaal op zijn plek, hoewel hij zelf niet van de term “duurzaam” houdt. David ziet graag initiatieven die op zelfstandige manier in de voedselindustrie de grote en machtige producenten laat zien dat het ook anders kan. Hoe kunnen we wezenlijk ketens veranderen?

ghee_easy[150x150]
We zitten in een koffiehuis en kijken naar de stortregen. Met een lekkere cappucino voor zich begint David: “Ik weet niet precies waarom ik zoveel met voedsel ben gaan doen. Vroeger kookte ik wel graag voor iedereen thuis, maar verder… ben ik er toch gewoon een beetje ingerold.” David vertelt over de thema’s die hij onderzocht tijdens zijn studie: wat is de rol van de overheid in regels en regulering om voedsel gezonder en meer fairtrade te krijgen? En wat is hierin de rol van het bedrijfsleven, en van de consument? “Mijn stage bij Buitenlandse Zaken liep ten einde toen er ophef ontstond om kiloknallers-vlees in de supermarkt. Met mijn opgebouwde kennis was ik erg in trek bij grote supermarktketens en ging ik daar aan de slag op de duurzaamheidsafdeling. Echt als jonkie nog voor een groot bedrijf als duurzaamheidsexpert aan de gang, dat was wel kicken!”


“We kloppen onszelf op de borst, maar nog steeds eindigt maar een fractie van de markt waarde bij de boer”

Fairtrade 2.0
David legt uit hoe zijn ideeen zich ontwikkelden. “Fairtrade bestaat inmiddels al een tijd. We geven boeren nu een dubbeltje meer voor ruwe spullen. Dit is natuurlijk al een verbetering en we kloppen onszelf op de borst, maar nog steeds eindigt maar 6-7% van de marktwaarde van een product bij de boer. Het is tijd voor een nieuwe move: voeg meer waarde toe in de zuidelijke landen door meer processing daar te laten gebeuren: geen cacao uit Ghana, maar chocoladerepen. Dat is werkelijke eerlijke handel, dat is Fairtrade 2.0.”, legt hij uit.

David vertelt dat het voor een technisch ingewikkeld product, zoals een laptop, natuurlijk heel veel machines nodig zijn. Maar er zijn zat producten waarvoor Fairtrade 2.0 kan werken. “Men zou in Maleisië niet alleen peper maar ook het molentje kunnen maken. Of, pinda’s branden en verwerken tot pindakaas in Senegal, of waarom niet thee in zakjes doen in Kenia? Kenia verkoopt nu 95% van de thee in bulk, met lage marktwaarde, maar door iets simpels als een zakje eromheen schiet de prijs omhoog! Een inpakmachine voor thee kost trouwens maar 10.000 euro.”

Impact hebben
“Ik ben met retailers hier gaan praten, Ahold bijvoorbeeld, ik dacht meteen groot. Ik vroeg hen: wat willen jullie eigenlijk? Ze stonden open over meedenken over Fairtrade 2.0, maar het regelwerk kwam op het bord van mijn partner en ik. Het lastige is dat de kwaliteit van productie in andere landen vaak heel ver staat van kwaliteit die we hier acceptabel vinden in reguliere kanalen. Supermarkten willen een garantie van kwaliteit, maar ook een gegarandeerd groot volume. Stel je voor het wordt een groot succes, maar je hebt niets meer in voorraad…”.
Zolang de financiën het toelieten ging David met veel passie hiermee aan de gang. Maar uiteindelijk deed zich een andere kans voor en begon hij bij Marqt als quality expert. “Ik ben nu nog zijdelings betrokken bij een project wat uit het Fairtrade 2.0 idee kwam: Moyee coffee, gebrande koffie uit Ethiopië. Cool dat dat nu een succes aan het worden is! M’n hart ligt nog steeds bij dit idee en ik hoop op gegeven moment hier weer mee bezig te kunnen.”

Ondernemerschap roept: Ghee Easy!
Maar een ondernemer zit nooit stil. Ooit gehoord van ghee? “Via mijn moeder, die de leer van de Ayurveda uit India volgt, leerde ik van jongs af aan ghee kennen, geklaarde boter waarin je kan bakken. Toen ik het een jaar of wat geleden gebruikte, dacht ik opeens: “Eigenlijk zou ik dat hier op de markt moeten brengen, een prachtig Indiaas product van Hollandse boter.”
Ik ben eens met melkboeren hier gaan praten en vertelde mijn verhaal aan twee vrienden van vroeger. De ene leek het leuk om even een labeltje te maken, daardoor werd het voor mij ook serieuzer. De ander is technisch heel goed. We vulden elkaar goed aan en we zijn begonnen toen ik toevallig een goedkope tweedehands ketel vond. Het liep eerst langzaam, maar we hebben doorgezet, kregen wat media aandacht en nu gaat het eigenlijk als een trein. Ga maar eens op zoek in je lokale super.”, zegt hij met een knipoog. “Ik doe dit niet om rijk te worden. Mijn droom is dat mensen zometeen die bakproducten troep van grote bedrijven met alle toevoegingen links laten liggen en in heerlijke gezonde ghee gaan koken!”

Mjam! Bekend met Ghee? Welk gerecht wordt extra lekker?

door: Thiëmo Heilbron
123