Muhammed

Initiatief

klik!
Over Muhammed

 
 

Op de vlucht
“We kwamen eind ‘97 naar Nederland, vanuit Bagdad, Irak. M’n vader wilde niet in onderdrukking leven en was altijd mondig tegen het regime van Saddam Hussein. Toen ik vijf jaar was moesten we vluchten. We kwamen via een asielzoekerscentrum in Friesland in het dorpje De Zilk in de Bollenstreek terecht, waar ik naar een taalschool ging en snel doorstroomde naar de basisschool.”

Een ambitieuze jongen
“Ik haalde mooie resultaten, 8’en en 9’ens. Toen kwam de CITO toets. Ik had veel last van stress en was de toetsdagen ziek. Zoals ik vreesde: met 535 haalde ik een lage score en kreeg vmbo advies. Kennissen die hier langer woonden legden mijn moeder uit wat dat betekende; Als vluchteling vertelt men je daar verder niets over. Maar ik had ambitie en wilde havo/vwo gaan doen en uiteindelijk gaan studeren, dus gingen mijn moeder en ik praten met de lerares. Juf Marjon zag het niet zitten en vertelde dat ze overlegd had met de middelbare school en het me wel gunde, maar dat het echt niet kon.”


Ik begreep er niets van, we hadden toch een afspraak?”

Tegenwerking
“Op de middelbare school kwam ik in de vmbo/havo klas en mijn ouders en de school spraken af dat als ik goede cijfers had, ik na de kerst door zou stromen naar de havo klas. Nadien vond men het toch te kort en vroeg men mij tot het eind van het jaar door te zetten. Ik vond het prima. Eind van het jaar waren mijn cijfers nog steeds mooi, maar bleken ze de hele afspraak vergeten te zijn.”
“Een leraar zou het binnen de docentengroep gooien. Ik kreeg teleurstellend nieuws: ze hadden met z’n twaalven vergaderd en elf waren tegen. Ik begreep er niets van, we hadden toch een afspraak? ‘Sorry, we kunnen niets voor je doen’. Na langer doorvragen vertelden ze me dat de basisschool docent had gezegd dat ik het niet kon. ‘Wat!? Ik ben genaaid’, dacht ik, maar ik gaf niet op en vroeg om meer uitleg.”
“De leraar zei, anders bel je hen toch? Ik denk niet dat hij verwacht had dat ik dat ook echt zou doen. Toen bleek dat er veel überhaupt niet op de vergadering waren, een aantal zich hadden onthouden van stem en er maar één daadwerkelijk nee had gezegd.”
“Mijn ouders en ik kregen een verzoek van de directeur of we langs konden komen op school. Hij brandde los ‘jullie vallen de school aan en je belt zomaar leraren op!’ Mijn vader werd ook boos en de sfeer werd grimmig. Uiteindelijk kwam de directeur met het voorstel: je mag havo/vwo doen, maar alleen op de voorwaarde dat als je het niet haalt je weggaat van deze school. Ik kreeg een brief thuis met een contract dat ik moest tekenen, echt bizar.”
“Ik kwam in de havo/vwo klas, samen met een medeleerling van de basisschool trouwens, die daar veel minder goede cijfers had gehaald. Hij had met een betere cito score gymnasium advies gekregen, maar was nu toch terug naar havo/vwo klas gevallen.”

Toch succes
“Ik stond een 8,6 gemiddeld. Een leraar zei: het is makkelijk aan de top te komen, maar moeilijk daar te blijven. Zelfs toen was men niet positief, ik denk om het gezichtverlies. Ondanks mijn cijfers kreeg ik havo advies en van een ander zelfs nog vmbo advies.”
“Aan de ellende kwam een eind toen ik verhuisde naar Nieuw Vennep en daar in de vwo klas terecht kwam. Ik wilde iets met mijn handen gaan doen, maar ook fatsoenlijk verdienen. Ik besloot arts te worden.”


Ik merk het ook tijdens mijn werk in het ziekenhuis; er zijn culturele verschillen bij patiënten.”

Broodjes smeren
“Toen ik uiteindelijk aan geneeskunde begon zocht ik een baantje. Ik solliciteerde met een vriendin van de middelbare school, de blonde Laura. Zij werd direct op basis van haar brief aangenomen. Ik moest eerst op gesprek komen. Vervolgens moest ik nog een kopie van mijn cijferlijst sturen, omdat men niet geloofde dat ik het vwo had afgerond. Daarna pas geloofden ze het en werd ik aangenomen. We solliciteerden precies voor dezelfde functie: broodjes smeren bij een tankstation.”

Omgaan met tegenslag
“Ik werk er nu nog steeds trouwens, mijn bijbaan in het weekend. Wat een groei heb ik daar meegemaakt, over drie maanden ga ik weg als dokter… Maar ik weet ook nog dat ik daar hoorde dat ik was uitgeloot. Dat was echt een zoveelste mentale klap.”
“Hoe ik me toch steeds weer kan opladen? Nou ik denk op dat soort momenten ook echt ‘ik geef op’. Maar uiteindelijk zou ik niet met het idee kunnen leven dat ik niet alles heb gegeven en daardoor heb gefaald. Wat is falen? Als je iets echt wil, maar er niet eens voor durft te gaan.”
“Maar het heeft ook te maken met kansen krijgen. Als ik naar mijn ouders kijk, die hebben nooit nooit kunnen gaan studeren. Ik wel dus ik wil ook dat zij trots op mij zijn.”

Omgaan met tegenslag
“Ik denk dat de meerwaarde van een biculturele achtergrond is dat je minder snel in hokjes denkt. Als je alleen de Nederlandse cultuur kent is het lastiger in te beelden hoe het er in andere culturen aan toe gaat. Terwijl als je én de Nederlandse en een andere cultuur kent, dan gaat het makkelijker, je ervaart verschillende perspectieven.”
“Verder merk ik het ook tijdens mijn werk in het ziekenhuis. Er zijn culturele verschillen bij patiënten, bijvoorbeeld bij Marokkaanse gezinnen als iemand terminaal is vertellen ze dit het liefst niet aan hun omgeving. Bij autochtone Nederlanders is het meer je moet het vertellen, mensen moeten het weten.”
“Het kan ook te maken hebben met herkenbaarheid. Bij mij zien ze iemand met eenzelfde verhaal, die altijd heeft moeten knokken voor alles. Patiënten zeggen dat soms ook letterlijk: ‘jij begrijpt mij’. Dat zie ik bijvoorbeeld veel bij patiënten die ook als vluchteling naar Nederland zijn gekomen.”

Geef nooit op
“Ik ben altijd bezig mezelf door ontwikkelen. Dat wil ik de kinderen in Nederland ook meegeven, durf jezelf te ontwikkelen in wat jij wilt. Hecht niet te veel waarde aan hoe ‘experts’ je beoordelen. Als ik had geluisterd naar de mensen die toen ik op het vmbo zat zeiden ‘Dokter? Zet dat meer uit je hoofd’ dan weet ik niet waar ik was terecht gekomen. In elk geval niet hier. Het kan een moeilijk traject zijn en het lijkt zonder einde. Ook nu krijg ik er weer mee te maken: om in opleiding te komen tot plastisch chirurg is één plek per jaar en honderdvijftig aanmeldingen. Maar geef nooit op totdat je je doel hebt bereikt, ook niet bij tegenslagen.”

door: Thiëmo Heilbron