Verschil Mag Er Zijn

“Everybody is a Genius. But If You Judge a Fish by Its Ability to Climb a Tree, It Will Live Its Whole Life Believing that It is Stupid.”

img_20161031_095953_1477904422130

Dit is een veelgeziene zin op Facebook op het moment. Vanochtend was de lancering van de Gelijke Kansen Alliantie en het doel van de panelleden leek om initiatieven te verzinnen waardoor je die vis toch een boom kunt laten beklimmen.

De Gelijke Kansen Alliantie is een initiatief van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met als doel om alle kinderen in Nederland een gelijke kans op onderwijs te geven. Dit initiatief is opgezet omdat de onderwijsinspectie heeft geconstateerd dat “niet alle leerlingen en studenten de kans krijgen het onderwijs te volgen dat past bij hun niveau” en dat deze verschillen toenemen. Volgens het rapport is de eventuele opleiding van de ouders hierop van invloed. Ook herkomst zou een rol spelen in hoe leerlingen en studenten in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs presteren.

De slogan van de campagne is “Verschil moet er niet zijn. Dat moet je maken.”. Met wat goede wil kan je hieruit opmaken dat deze slogan slaat op het bieden van gelijke kansen. Toch proef je hier ook iets anders. Iets dat wel vaker terugkomt in het Nederlandse debat over gelijkheid en gelijkwaardigheid, namelijk, dat we vooral allemaal hetzelfde moeten zijn. Het antwoord van Fawaka Nederland daarop is ‘nee’. Om het onderwijs succesvol, divers en inclusief te maken dienen verschillen gevierd te worden. Of op z’n minst gerespecteerd. Doe je dat niet, dan zal er nooit sprake zijn van gelijke kansen omdat je de identiteit van velen ontkent. Het is juist zaak om gebaseerd op die verschillen te kijken wat er in en om het Nederlandse onderwijs moet veranderen om met die verschillen om te gaan. Geen mens is hetzelfde en gelukkig maar. Vandaar dat onze verbazing groot was toen tijdens de lancering van de Gelijke Kansen Alliantie tot twee keer toe een panel dat pretendeerde te weten wat er nodig is om verschil te maken binnen het onderwijs weinig divers was. Vijf witte, waarschijnlijk hoogopgeleide mensen met topfuncties zullen de doelgroep in kwestie niet gaan bereiken.

Volgens de panelleden bestaat de doelgroep uit “die kinderen” die verrijkt moeten worden met andere beelden. “Die kinderen” waarvan de ouders het belang van onderwijs niet inzien. “Die kinderen” die thuis geen ruimte voor zelfontwikkeling of een taalachterstand hebben. Dit zijn maar een paar voorbeelden van de negatieve vorm van communiceren, absoluut zonder kwade zin en waarschijnlijk zonder dat men het zelf in de gaten heeft. Helaas zet je, door deze vorm van communicatie te kiezen, juist de kinderen die je wilt helpen meteen weer apart.

Verfrissend was het woord van Iliass El Hadioui, die onderzoek doet naar waargenomen sociale uitsluiting en identificatie met Rotterdam en Nederland onder Rotterdamse scholieren. Hij zei “kinderen kunnen niet altijd het kapitaal dat ze van thuis meekrijgen verzilveren in ons onderwijssysteem”. Daar zit juist de krux. Als we goed luisteren naar de uitspraak van El Hadioui kunnen we makkelijk voorspellen dat als de mensen uit het panel degene zijn die de kar trekken in deze alliantie, degenen die echt moeten veranderen, de kinderen zijn. Kinderen die “niet voldoen” aan het Nederlandse onderwijs toch in het keurslijf laten passen. Oftewel: de vis de boom laten beklimmen. Iets wat zelfs met de 87 miljoen van de Alliantie onmogelijk is. Als El Hadioui wat meer tijd had gekregen en de panelleden wat minder, had hij ons misschien kunnen vertellen hoe we dan beter dit bijzondere kapitaal kunnen benutten en daardoor de focus kunnen leggen op het stimuleren van het zelfvertrouwen van kinderen.

Het rapport van de onderwijsinspectie laat duidelijk naar voren komen dat kinderen met lager opgeleide ouders een lager advies krijgen voor het voortgezet onderwijs dan kinderen met een vergelijkbaar IQ en hoogopgeleide ouders. Ten tweede komt naar voren dat er weinig aandacht is op school voor het geven van je mening, vooroordelen tegengaan en oplossingen zoeken bij conflicten en is integratie een voorbeeld van moeilijk bespreekbare thema’s. Naar mijn mening zou de campagne in ieder geval de volgende twee punten moeten adresseren: 1 Er moet gewerkt worden aan vooroordelen van het personeel op scholen, en 2, nog veel belangrijker is misschien wel het werken aan het EQ van zowel het personeel, de leerlingen als studenten. Minister Bussemaker trekt geld uit voor begeleiding bij overgang tussen schoolsoorten en begeleiding van kinderen met laagopgeleide ouders. Zonder extra aandacht op het ontwikkelen van het EQ blijven we echter verzanden in dit soort in halve oplossingen. Oplossingen die wellicht met de beste bedoelingen tot stand komen, maar eigenlijk alleen maar laten zien dat we elkaar niet begrijpen, niet willen anticiperen op verschillen en dus geen kapitaal verzilveren.

Wij denken met de Fawaka Ondernemersschool een goed voorbeeld te hebben ontwikkeld voor het ontwikkelen van het EQ en het anticiperen op verschillen. De Ondernemersschool focust op kinderen die moeilijk toegang hebben tot innovatieve educatieve programma’s. Wij willen kinderen op een speelse, creatieve en positieve manier laten ervaren wat duurzaam ondernemen kan zijn. Zo laten we ze zien dat hun handelen impact heeft en dat ze bewuste keuzes kunnen maken, vanuit thema’s toegespitst op de wereld van elke groep kinderen die deelneemt. De leraren zijn rolmodellen met diverse achtergronden die dicht bij de kinderen staan. Zo hopen we een generatie van zelfstandige bewuste wereldburgers te creëren die niet alleen praten over problemen, maar ook er iets aan proberen te doen. En dan over een paar jaar zijn deze kids de panelleden van de Gelijke Kansen Alliantie en zijn we door hen gaan inzien “Verschil mag er zijn én dat kun je maken”.

Geschreven door Maaike Gerritsen en Judith de Hont

Post Author: Maaike